De Grote Kerk te Drachten.

Algemene informatie:
Drachten is ontstaan uit de twee dorpjes: Noorder-Dragten en Zuider-Dragten. Deze dorpjes hadden elk een kerk. De beide kerkjes konden de toeloop van het vele volk niet meer herbergen en verkeerden ook in een desolate toestand. Bij het gereedkomen van de Drachtstervaart verschoof het economische zwaartepunt, en daarmee ook de bevolking, naar de vaart toe. In 1743 werd besloten een nieuwe grotere kerk aan de vaart te bouwen. Er werd geloot aan welke kant van de vaart de kerk gebouwd zou worden. De andere kant kreeg de pastorie. Op 25 april 1743 werd de eerste steen gelegd en op 10 november vond de ingebruikname plaats. De ruwbouw was toen klaar. Een gedeelte van de kapconstructie is opgetrokken met houten balken uit de oude kerkjes. Hieruit blijk dat het geen ‘vetpot’ was. 
In opdracht van ds. Hillenius werden na het gereedkomen van de Grote Kerk de twee kerkjes afgebroken, maar de twee begraafplaatsen bleven bestaan. De kerk is oorspronkelijk gebouwd als een Ned. Herv. Kerk en wordt nog elke zondag gebruikt voor een morgen- en een avonddienst.

Herenbank:
De bank is, volgens het opschrift, in 1744 gesneden door C. Kooystra. Kooystra is geboren in 1712 te Oudega. In 1741 is hij vanuit Drachten vertrokken naar Groningen. De bank bevat de namen en wapens van L. Ians, M. Kooystra, F. Wytses, Y. Meinerts, F. Frankes en S. Pybes. Volgens de wapens met halve adelaren, de klavers en de eikels zijn deze afkomstig van eigenerfde boeren. Interessant is de sierlijke ouderwetse hoge hooiwagen in het wapen van Ians en de stootvogel met prooi in andere wapens. De voorstellingen op deze wapenborden zijn in 1796 niet verwijderd omdat het geen adellijke familiewapens zijn.


Skûtsje:
Op de overhuifde herenbank staat een model van een skûtsje. Dit skûtsje is eind 1990, bij zijn vertrek als predikant, geschonken door ds. Jan Hofstra. O
p deze manier wilde hij de herinnering levend houden met het verleden. De Grote Kerk stond aan de vaart, op een plaats waar in vroegere tijden veel skûtsjes en andere vaartuigen aanmeerden. Veel leden van de gemeente verdienden hun kost toen met het transport van de turf.

Orgel:

Het orgel is in 1820 gebouwd door Johan Adolf Hillebrand te Leeuwarden. Hillebrand (1786-1846) was geboren in de buurt van Osnabrück, maar kwam naar Leeuwarden waar hij in dienst trad als knecht bij orgelmaker Albertus van Gruisen. Hij werd later ontslagen wegens een competentiegeschil met Van Gruisen en wegens slecht onderhoud aan het orgel van Hallum. Omstreeks 1812 vestigt hij zich in Leeuwarden als derde zelfstandige orgelmaker, naast de orgelmakers Van Dam en de genoemde Van Gruisen. Vanaf 1812 bouwde hij in Noord-Nederland zes orgels. Hillebrand is de maker van de orgels in Oosternijkerk (1813), Rauwerd (1816), Niawier (1818), Drachten (1820), Akkrum (1821, thans in Veenhuizen), Mantgum (1831) en Marrum (1831). Verder maakte hij nog drie orgels in Nordrhein-Westfalen waarvan alleen een fragment van een kast bewaard bleef.

Op de torens van het hoofdwerk staan beelden die Geloof, Hoop en Liefde voorstellen. De kast van het rugwerk is versierd met de beelden van koning David met de harp en musicerende engeltjes (zogenaamde putti). Er is een aparte folder beschikbaar met meer informatie over het orgel.


Consistorie: (onder het orgel door naar de consistorie):
De consistorie is in de jaren 1980 gebouwd, omdat de gemeente behoefte had aan vergaderruimte. Op drie wandborden zijn de namen vermeld van de predikanten en kerkelijk werkers, eventueel met foto, die in de loop der jaren de gemeente hebben gediend.

 

Terug naar de kerk.

Gebrandschilderde ramen.
De ramen zijn geschilderd door de gebroeders Staak. Jurjen (1720-1747) schilderde er drie, Ype (1717-1808) één. De gebroeders woonden in Sneek. Ype is zelfs nog een tijd burgemeester van Sneek geweest. De gebroeders Staak hebben in Friesland ook voor andere kerken ramen gemaakt. Er is een aparte folder beschikbaar met meer informatie over de gebrandschilderde ramen.

Preekstoel:
Onder in de kuip is het jaartal 1743 gesneden. Kleine rococo-ornamentjes zijn gesneden op de hoekstijlen en enige ander delen van de kuip. De kanseltrap heeft een fraaie leuning die wordt gevormd door gesneden, opengewerkte balusters. De naam van de houtsnijder is onbekend.
De vijf panelen van de preekstoel dragen allegorische figuren: (van rechts naar links)
Vrede of Voorspoed: met de hoorn des overvloeds en palmtak.
Hoop: met het anker.
Liefde: met vlammend hart en omgeven door kinderen.
Geloof :gekleed in de wapenrusting Gods, de slang vertrappend en in de handen dragend de Bijbel en een hart met een kaars.
Waarheid: met zon, boek en palmtak en staande op een wereldbol. Deze allegorische figuren op het kanseldeurtje zijn niet toevallig, maar zijn een vermaning voor de predikant om vanaf de preekstoel de waarheid te verkondigen. Soms kan de vermaning ook aangebracht zijn door middel van een tekstverwijzing, zoals in Berlikum.


Doopvont:

Het zilveren doopvont is bij de bevestiging van nieuwe lidmaten, op 11 april 1954, in gebruik genomen. Het sierlijke zilverwerk, met de vredesduif op het deksel, rust op een eenvoudig passend houten voetstuk en is ontworpen door de Drachtster goud- en zilversmid G.M. van Manen.


Paaskaars:

Een brandende paaskaars is het teken van de opgestane Heer. Elk jaar met Pasen wordt een nieuwe kaars geplaatst.
U kunt hier, aan de paaskaars,als u dat wilt, een kaarsje aansteken als  . . . . . . . . . . . 

Overste bank:

Een overhuifde bank met mooi open houtsnijwerk. Deze herenbank is, als dank voor zijn financiële bijdrage, aangeboden aan Cornelis van Haersma, secretaris van de rekenkamer van Friesland. Somigen zeggen dat hij grietman van Smallingerland was.
De wapens in de schilden zijn in 1796 (Franse tijd) verwijderd, evenals de wapens boven de ingang van de kerk. Dit omdat ze in strijd waren met het principe van "vrijheid, gelijkheid en broederschap".


Boomstam met steen:
 
De steen bevat het logo van de Protestantse Gemeente Drachten. Het ontwerp is van Anne Woudwijk, die daarna het beeld ook gemaakt heeft. Het logo is ontstaan in 2004, bij het samengaan van de Ned. Hervormde, de Gereformeerde en de Lutherse Kerk in de Protestantse Kerk in Nederland (P.K.N.).


Interieur (algemeen):

De koperen kroonluchters en armblakers zijn in 1819 aangekocht van de Lutherse Gemeente in Amsterdam en zijn afkomstig uit de kerk op de hoek van het Spui en de Singel. Op één van de ballen van de kroon is de volgende inscriptie gevonden: "Anno 1632, den 14 Augustus is de eerste steen aan deze Kerk gelei.".
Deze inscriptie heeft betrekking op de kerk in Amsterdam en niet op die van Drachten. Waarschijnlijk zijn deze kroonluchters vervangen in 1863 bij de invoering van gasverlichting. Eén armblaker is nog aanwezig.

Ook zijn er nog een aantal grafstenen. Het aantal personen dat in de kerk werd begraven is beperkt gebleven. Zo moet er ergens een graf zijn van Samuel Hermanus Hillennius, 3 maanden oud, zoon van ds. Jesaias Hillenius. Ook hij zelf heeft er in 1759 zijn laatste rustplaats gevonden. In 1785 is nog bijgezet Sjoukjen Wierda afkomstig van Amsterdam.
In 1976 onderging de kerk een herinrichting en werd voorzien van nieuwe banken die meer zitconform geven. De oude herenbanken bleven gespaard.


Buitenkant van de kerk:
De buitenzijde van de kerk is sober gehouden (kosten besparing?). Alleen de ingangspartij heeft enige allure met boven de ingang een gevelsteen, gevat in een Lodewijk XIV-achtig ornament met de namen van de kerkvoogden van Noorder- en Zuiderdragten en die van de predikant en hun wapenschilden. In de Franse tijd (1796) zijn de wapenschilden weggekapt. Boven de ingang, in de toren, bevindt zich de 'eerste steen'. De steen draagt als opschrift: Hecter Luvius van Haersma out 5 Jaer heeft aan dese kerk de Eerst Steen geleit 1743.

In 1746 is een luidklok in de toren opgehangen. Tijdens de tweede wereldoorlog is de klok door de Duitsers gevorderd en na de oorlog niet teruggekomen. De nieuw gegoten luidklok is in 1948 in de toren gehangen.