Bergop
‘Het is een wedstrijd, het is een wedstrijd, het is een wedstrijd die je niet winnen kan.’ Aldus een liedje van Bram Vermeulen (vroeger met Freek de Jonge samen het cabaretduo Neerlands Hoop). Als je dat liedje eenmaal gehoord hebt blijft het in je hoofd doorzingen, eindeloos. Vanwege het ritme, de melodie, de woorden. En de wat hese stem van Bram Vermeulen. Als ik ergens wielrenners zie, of marathonlopers, komt dat liedje weer in mijn hoofd terug.
Maar dit liedje gaat eigenlijk niet over sport. Bij mij komt het ook boven als ik over iemand hoor dat hij/zij ongeneeslijk ziek is. Of als ik aan een kind denk waarvan de ouders net uit elkaar zijn. Of aan een liefde die ondanks alles over gaat. Zulk soort dingen. In onze cultuur moet je dan altijd ‘vechten’. Of het nou tegen kanker is of tegen een zware depressie. Tegen obesitas of tegen herinneringen aan misbruik. Vechten moet je, anders ben je een slapjanus en heb je de ellende eigenlijk aan jezelf te danken. Beweren ‘de’ omstanders.
En dan is daar opeens Bram Vermeulen met zijn indringende stem. Hij zingt met het tempo waarin een wielrenner de trappers rondmaalt. En hij wist waarover hij zong. Het uit elkaar gaan van Bram en Freek was niet zijn keuze. En uiteindelijk is hij jong gestorven, heeft hij ook de ‘wedstrijd’ met zijn eigen ziekte verloren.
‘Het is een wedstrijd die niemand winnen kan.’ Nee, maar afstappen kun je ook niet. Gewild of ongewild ben je aan iets begonnen, een race tegen de klok, een verweer tegen een ziekte. En of je wil of niet, je moet doorgaan. Je ‘loopt’ jezelf helemaal aan gort. Je ‘fietst’ jezelf totaal achter adem. Wat is het dan fijn als er zo nu en dan mensen langs de kant staan die je wat water kunnen aanreiken. Die je wat te eten geven. Die je een hart onder de riem kunnen steken. Zij weten ook niet of je het haalt en je hoeft de verfrissing ook niet aan te pakken. Dat bepaal jij zelf. Zij verwijten jou niks als je afstapt want zij beseffen dat jij je eigen doel bepaalt. Dat doen zij niet voor jou.
Op de Alpe d’Huez of op de Mont Ventoux fietsen dagelijks honderden amateurs omhoog, vrouwen en mannen van alle leeftijden. Kilometers afzien. Een wedstrijd met zichzelf. Soms voor een goed doel. En voor sommige groepen rijden mannekes op een brommertje mee omhoog. Om de fietsers bij te staan met drinken of met reparatiespul. Zij zullen het wel niet gratis doen, maar toch. Die mannekes trappen zich regelmatig het leplazarus om hun brommertje weer op gang te krijgen tegen de helling na het verlenen van hulp. Adembenemend om te zien. Maar zij willen er persé zijn als het nodig is. Het is geen wedstrijd en er wint niemand. Niet elke fietser bereikt de top. En het helpen is al bijna even inspannend als het fietsen zelf. Mensen samen onderweg. Ieder met een eigen doel.

René Romijn

Laatste nieuws

JSN Decor template designed by JoomlaShine.com