God of een mooi meisje
Sommige recensenten hechten veel waarde aan de openingszin van een boek. Een zin die de lezer meteen pakt. Wat ik zelf wel spannend vind zijn de slotzinnen van een boek. Ik geef u er één als voorbeeld: ‘Ik wil mijn God terug. En ze sturen me een meisje.’ Slotzinnen op pagina 435 van het boek “God weet’ van Joseph Heller (1984). Als je nou niet weet waar die andere 434 bladzijden over gaan (overigens heel boeiende bladzijden) wat zijn dit dan intrigerende zinnetjes.! Laat ze maar eens op u inwerken.
Het boek gaat over David en zijn strijd met Samuël, met Saul, met zijn vijanden en zijn vrouwen. En met zijn God. Aan het eind van het boek is David oud en komt niet meer van zijn bed af. Warm worden kan hij ook niet meer en dan probeert zijn hofhouding hem te helpen met dekens. En door een mooi meisje bij hem in bed te stoppen. Maar zelfs daar krijgt de oude man het niet meer warm van (1 Kon. 1:
1 t/m 4). Dat is maar goed ook. Stel je voor dat hij dat meisje zwanger had gemaakt, was er weer een troonpretendent bijgekomen…
David is in dit boek niet een moderne ongelovige. Iemand die blij is dat hij van zijn geloof af is. Maar zo ééntje die je in onze tijd ook nog wel eens tegenkomt. Niet van ‘Hoera! Ik ben van dat stomme geloof af.’ Maar van: ‘Wat jammer, ik ben mijn geloof kwijt.’ Hij mist iets.
De erotiek waarvan onze cultuur verzadigd is (boeken, films, tv, reclames, noem maar op) is dus ook niet nieuw. Ook in de tijd van David was het al een sterk middel om de mens af te leiden of te verleiden. Die oude David werd er niet meer warm of koud van, maar wij wel. Anders zou het niet zo veelvuldig gebruikt worden in deze tijd.
‘Ik wil mijn God terug. En ze sturen me een meisje.’ Daarmee eindigt Joseph Heller zijn boek. Maar daar begint misschien wel het boek van de westerse mens van nu. Die machtige, beschermende,
verzorgende god is hij kwijt en die krijgt hij ook niet meer terug. Daarvoor kan hij troost zoeken in alle vormen van genot die de westerse cultuur heeft te bieden. Maar hij blijft toch ook een gemis voelen. En wat moet hij daarmee?
Wij beleven eigenlijk boeiende tijden. De mens lijkt vrij van alle goden en wat gaat hij nou met die vrijheid doen? Geen hogere macht meer om op terug te vallen. Maar wel genoeg eigen kracht om de stormen van het leven te doorstaan? Wim Kan had zo’n oudejaarsliedje: ‘Waar gaan wij in het nieuwe jaar naartoe?’ Dat is eigenlijk nog steeds actueel: ‘Waar gaan wij in de nieuwe tijd naartoe?’ Mogelijk-
heden zat,dankzij wetenschap en techniek meer dan ooit. Maar voor iedereen? Misschien gaan wij wel een hoop moois bewerkstelligen, ondanks de zogenaamde wereldleiders van nu...misschien. Het hangt ervan af wat die ‘ze’ in het laatste zinnetje van “God weet’ voor ogen hebben. En of wij ons laten inpakken door dat mooie ‘meisje’.
Ik zit wat oude brieven te lezen. Ze zijn geschreven aan mijn vader toen hij ondergedoken zat in de laatste jaren van de oorlog in Den Haag. Hij wilde niet tewerkgesteld worden in Duitsland. Het was een eenzaam bestaan voor hem daar in die kast en ook nog hongerwinter. De mensen die hem schreven wilden hem bemoedigen en verwachtten eigenlijk allemaal een nederlaag van Duitsland, een nieuwe tijd. En die is er gekomen. Wel heel anders dan de mensen toen in de verste verten konden vermoeden. Maar die sterke verwachting vind ik mooi. Veel van die brievenschrijvers putten moed uit hun geloof. Een heel ander geloof dan het mijne. Maar hun idealen van vrede en gerechtigheid zijn toch ook de mijne. Die zijn van alle tijden. Dat zijn ‘mooie meisjes’ om warm voor te lopen.
René Romijn

Laatste nieuws

JSN Decor template designed by JoomlaShine.com